Een heel interessante kwestie over het una-viabeginsel, waar de Hoge Raad snel duidelijkheid over kan verschaffen. Zo nam A-G Hofstee op 30 november 2021 een conclusie (nr. 19/02761) naar aanleiding van Hof Den Bosch 4 juni 2019 (nr. 20-002124-17). Volgens Hof Den Bosch staan verzuimboetes opgelegd aan een vennootschap strafvervolging van de feitelijk leidinggever voor hetzelfde feit (het niet (tijdig) doen van aangifte OB) in de weg. Het Openbaar Ministerie treft de advocaat-generaal aan zijn zijde. De vraag of de samenloop tussen strafrechtelijke vervolging en beboeting tot schending van het una-viabeginsel leidt, is zeer relevant voor de praktijk. Dat blijkt ook wel uit de onderhavige uitspraak en op Europees niveau ook uit de recente uitspraak HvJ 14 december 2021 (zaak C-490/20) en de conclusie van A-G Campos Sánchez-Bordona van 9 december 2021 (zaak C-570/20). In dit verband rijst de vraag of er sprake is van dubbele bestraffing bij een ander tijdvak, wat juridisch gezien nieuwe nuance aan de discussie toevoegt.