Spring naar content

#367 De verlengde naheffingstermijn naar acht jaar in de btw

21 juni 2024

In de “Beleidsrichting direct aanpassen” wordt voor de omzetbelasting (btw) afstand gedaan van principiële uitgangspunten. Het voorstel is dat partijen binnen drie jaar (on)betaalde btw kunnen corrigeren. De mogelijkheid om btw na te heffen wordt volgens de voorgestelde plannen in (fraude) gevallen verlengd tot acht jaar, terwijl het verzoek om teruggaaf tot drie jaar wordt beperkt. De bevoegdheid van de Belastingdienst om in de toekomst te corrigeren staat daarmee niet langer waterpas. Wat mij betreft leidt de verlengde naheffingstermijn tot willekeur en onnodige procedures.

Beleidsrichting direct aanpassen: een blik op de btw

Het is aan het nieuwe kabinet om definitief te besluiten over de nadere uitwerking van de “Beleidsrichting direct aanpassen”. Het blijft dus afwachten welke onderdelen van het voorstel het uiteindelijk halen.[1]

De belangrijkste punten uit het voorstel voor de omzetbelasting zijn dat ieder bericht na het indienen van de aangifte wordt aangemerkt als een verzoek om herziening en niet langer als bezwaar. Daarnaast mogen btw-ondernemers onterecht betaalde btw slechts voor een periode van drie jaar terugvragen, in plaats van de huidige vijf jaar.

De ambtshalve vermindering komt met het voorstel eveneens te vervallen. Ieder verzoek om teruggaaf wordt aangemerkt als een verzoek tot herziening. Na de herzieningstermijn van drie jaar kan de reeds betaalde btw niet meer worden verminderd. Deze termijn van drie jaar start na afloop van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggaafbeschikking is vastgesteld.

Onder het huidige regime van de ambtshalve vermindering is het niet mogelijk om een afwijzende beslissing aan de rechter voor te leggen. Hoewel de termijn met twee jaar wordt verkort, kent een herziening het voordeel dat tegen een negatieve beslissing over de herziening bezwaar en beroep openstaan om het inhoudelijke geschil voor te kunnen leggen aan de belastingrechter. Dat is een goede ontwikkeling. Het is echter onbekend waarom de reguliere termijn van vijf jaar wordt losgelaten.

Niet alleen kan de belastingplichtige tijdens de herzieningstermijn verzoeken om zijn belastingheffing ten voordele te herzien, maar ook de inspecteur kan binnen de herzieningstermijn van drie jaar (ambtshalve) herzien in het nadeel van de belastingplichtige. Dit betekent dat de inspecteur gedurende deze termijn btw kan naheffen.

Deze gedachte om de correctietermijn aan beide kanten te beperken, lijkt een sympathieke gedachte. In deze gevallen is er meer rechtszekerheid op de korte termijn. Er zit echter een addertje onder het gras.

Btw-correctie: verlengde naheffingstermijn met vijf jaar extra

Na afloop van de herzieningstermijn van drie jaar kan de belastingplichtige de reeds voldane btw nooit meer terugvragen. Je zou verwachten dat de inspecteur dan ook niet langer dan drie jaar kan corrigeren. Echter, op dit uitgangspunt bestaat voor de inspecteur een belangrijke uitzondering. Volgens het voorstel kan de inspecteur in totaal acht jaar herzien ten nadele van de belastingplichtige (drie jaar regulier plus vijf jaar extra). Dit terwijl het huidige regime een maximale naheffingstermijn van vijf jaar kent.

Volgens het voorstel zijn er tal van situaties denkbaar die een verlengde naheffingstermijn kunnen rechtvaardigen. Het gaat volgens het voorstel om (fraude)situaties zoals “te kwader trouw, het niet doen van de vereiste aangifte of wist of behoorde te weten”.

Ondanks dat wordt beschreven dat de inspecteur niet lichtvaardig kan overgaan tot toepassing van de verlengde herzieningstermijn, wordt voor het gemak de lange en reeds gevoerde discussie over de verlengde navorderingstermijn in het douanerecht vergeten.

In het douanerecht zag de discussie namelijk op de ge- of misbruikte, verlengde navorderingstermijn van vijf jaar in plaats van de reguliere termijn van drie jaar. In artikel 7:7 Algemene Douanewet staat: “Wanneer de douaneschuld is ontstaan ingevolge een handeling die, indien deze in Nederland zou zijn verricht, strafrechtelijk vervolgbaar was, kan de toezending van het aanslagbiljet geschieden binnen vijf jaren nadat de douaneschuld is ontstaan.”

Ondanks dat (ook) werd aangekondigd dat niet lichtvaardig met de verlengde navorderingstermijn zou worden omgegaan, werd deze standaard toegepast zodra de aangifte als onjuist bestempeld kon worden. Daarmee werd de aangifte immers strafrechtelijk vervolgbaar. De bedoeling van de wetgever en de uitvoering van de wet blijven twee verschillende aspecten. Daarom wordt per juli 2024 de douanewetgeving aangepast. De verlengde navorderingstermijn kan dan alleen nog worden toegepast als “opzet” wordt gesteld en bewezen, omdat alleen dan sprake is van een strafrechtelijk vervolgbare handeling.

Voor de btw doen we (dus) een stap terug naar een te verwachten discussie die al in douaneland is gevoerd. De verlengde naheffingstermijn (herzieningstermijn) is arbitrair. Helemaal nu eraan wordt gedacht de verlengde termijn al in beeld te laten komen zodra de inspecteur van mening is dat sprake is van grofschuldig handelen, of wanneer het belastingnadeel absoluut of relatief omvangrijk zou zijn.

Als dit de toets wordt voor het toepassen van de verlengde termijn, dan weet ik genoeg: dan wordt de termijn van acht jaar een standaardtermijn. Mijn inschatting is dan ook dat de bedoeling van de wetgever, en de daaropvolgende uitwerking, sterk uiteen zullen gaan lopen. Ik voorspel dat er met boetes wordt gestrooid bij het verstrijken (of deze in beeld komt) van de driejaarstermijn óf dat correcties (fictief) worden opgehoogd om die verlengde termijn binnen te kunnen halen. Dit alles met willekeur, doelredeneringen en procedures tot gevolg. Een slecht idee om op deze basis een verlengde naheffingstermijn te introduceren!

Onjuist herzieningsverzoek is strafbaar

Tot slot is het verplicht om te veel of te weinig betaalde btw via een suppletie te corrigeren. De suppletie betreft expliciet geen aangifte in de zin van de AWR, en het (opzettelijk of grofschuldig) onjuist doen van de suppletie is enkel een beboetbaar feit (art. 10a AWR jo. 15 UBOB). Het strafrecht is hier niet in beeld.

De suppletie wordt in mijn ogen met het voorstel vervangen door een herzieningsverzoek. En het laat zich raden. In het voorstel staat beschreven dat het herzieningsverzoek – als suppletiefunctie – zowel met boetes als het strafrecht gesanctioneerd kan worden. Het voorstel is dan ook om een verzoek tot een herziening in het kader van bestuurlijke beboeting en strafrechtelijke vervolging gelijk te stellen aan de aangifte. Dit betekent bijvoorbeeld concreet dat in het geval er opzettelijk of grofschuldig een onjuist verzoek tot herziening wordt ingediend, net als bij het doen van een opzettelijk of grofschuldig onjuiste aangifte, bestuurlijke of strafrechtelijke bestraffing mogelijk zal worden.

Verlengde naheffingstermijn: een bron van willekeur

Een verlengde naheffingstermijn roept bij mij diverse praktische bezwaren op, waarvan het grootste bezwaar is dat de termijn en de te betalen btw afhankelijk wordt gesteld van de vraag hoe en waarom een aangifte op een bepaalde manier is ingediend, of wat de hoogte van een potentiële correctie zal zijn.

Een correctietermijn gebaseerd op de hoogte van de potentiële correctie lijkt mij trouwens ook in strijd met het beginsel van de fiscale neutraliteit. Een btw-ondernemer wordt in die gevallen namelijk geconfronteerd met de verlengde termijn indien het belastingnadeel absoluut of relatief omvangrijk is. Dit kan al snel het geval zijn bij een onjuiste toepassing van een tarief of vrijstelling. De gecorrigeerde btw kan de ondernemer waarschijnlijk nooit meer op zijn afnemer afwentelen, laat staan dat zijn afnemer de alsnog in rekening gebrachte btw in aftrek kan brengen. Deze zit immers vast aan zijn teruggaaftermijn van slechts drie jaar.

Mijn hoop is dat de wetgever uiteindelijk zal inzien dat een verlengde naheffingstermijn tot willekeur en schrijnende gevallen zal leiden. De bevoegdheid van de Belastingdienst om in de toekomst te corrigeren en om onterechte btw alsnog terug te krijgen, moet in balans blijven. Zou het wellicht beter zijn om de huidige termijnen te handhaven? Ik denk van wel.

[1] Zie ook: Opinie van collega Angelique Perdaems “NTFR 2024/806 – Nieuw aanslagsysteem direct aanpassen: de fiscus de lusten, de burger de lasten

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. R. (Ron) Jeronimus