Angelique Perdaems schreef een annotatie bij een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 22 mei 2023. NTFR 2023-1141: “Voorvoegingsverlies eerdere FE verrekenbaar door gewekt vertrouwen”.
In deze zaak vroeg de inspecteur om een overzicht van de voorvoegingsverliezen. De inspecteur verstrekte dit overzicht in een brief van 23 april 2012, waarin stond dat de verliezen van FE 1 uit 2009 tot een bedrag van € 66.092 verrekenbaar waren tot en met 2018. Bij de aangifte vennootschapsbelasting voor 2018 claimde belanghebbende dit verliesbedrag, maar de inspecteur weigerde en beriep zich op een technische interpretatie van de wet. Hij stelde dat het verlies van FE 1 slechts verrekenbaar was tot en met belastingjaar 2017 op basis van een wettelijke bepaling.
De Rechtbank Gelderland oordeelde dat, hoewel de inspecteur technisch gezien gelijk had, belanghebbende mocht vertrouwen op de brief van de inspecteur uit 2012. De rechtbank benadrukte dat belanghebbende niet had kunnen verwachten dat de inspecteur de brief opnieuw zou toetsen aan de wet. Daarom mocht belanghebbende het voorvoegingsverlies uit 2009 in 2018 verrekenen op basis van het vertrouwensbeginsel.
Angelique merkt op dat deze zaak draaide om het vertrouwensbeginsel en dat de Belastingdienst door middel van uitlatingen, zoals de brief uit 2012, gewekt vertrouwen bij belastingplichtigen kan oproepen. Het vertrouwensbeginsel kan onder bepaalde omstandigheden boven de correcte toepassing van de wet prevaleren, en in deze zaak oordeelde de rechtbank dat het vertrouwen van belanghebbende in de brief gerechtvaardigd was. Angelique stelt dat de zaak mogelijk voorkomen had kunnen worden als de inspecteur de brief in lijn met de toezegging had uitgevoerd, zonder de kwestie voor de rechtbank te brengen.
Lees meer: NTFR 2023-1141 Voorvoegingsverlies eerdere FE verrekenbaar door gewekt vertrouwen.