Skip to content

What�s in a name?

10 april 2017

Over het belemmeren van de verklaringsvrijheid van getuigen

Mr. A.A. Feenstra, Strafblad 2017(1) 6

 

In november 2014 ontstond grote commotie in de media toen de President van het Hof Arnhem-Leeuwarden aangifte deed tegen medewerkers van het Ministerie van Financiën wegens het belemmeren van de verklaringsvrijheid van getuigen (verdenking van het misdrijf van artikel 285a Wetboek van Strafrecht). Tijdens de zitting bij het Hof hadden de belastingambtenaren in kwestie namelijk – op instructie van het ministerie – geweigerd om de naam van een tipgever prijs te geven, ondanks het oordeel van de rechter dat geen beroep kon worden gedaan op het verschoningsrecht.  Inmiddels heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de fiscale procedure en het beroep op het verschoningsrecht (alsnog) gehonoreerd.

Voor (strafrecht)advocaten zijn getuigenverhoren en de voorbereiding daarvan aan de orde van de dag. Niet zelden komt een beroep op een geheimhoudingsplicht of verschoningsrecht daarbij aan de orde. Maar hoever kan een advocaat gaan in de voorbereiding van een getuige? Waar ligt de scheidslijn tussen voorbereiden en beïnvloeden? Aan de hand van de wetsgeschiedenis, de relevante jurisprudentie en de literatuur geeft Anke Feenstra een antwoord op deze vragen. Anke meent dat de jurisprudentie over artikel 285a Sr en de tuchtrechtspraak de nodige bewegingsruimte voor een advocaat biedt om getuigen straffeloos het advies te geven een beroep te doen op een geheimhoudingsplicht of een wettelijk verschoningsrecht, in een uitzonderlijk geval zelfs ten overstaan van een rechter.

 

Lees hier het volledige artikel.