De instructie van het Ministerie van Financiën aan een tweetal belastingambtenaren om een beroep te doen op hun verschoningsrecht tijdens het getuigenverhoor deed veel stof opwaaien. In de strafrechtpraktijk is de voorbereiding van getuigen op hun verhoor aan de orde van de dag. Niet zelden komt een beroep op een geheimhoudingsplicht of verschoningsrecht daarbij aan de orde. Waar ligt de scheidslijn tussen voorbereiden en beïnvloeden?
Lees hier alvast een voorproefje:
In november 2014 ontstaat grote commotie in de mediale de President van het Hof Arnhem-Leeuwarden aangifte doet tegen medewerkers van het ministerie van Financiën wegens verdenking van het misdrijf van artikel 285a Wetboek van Strafrecht (Sr), het belemmeren van de verklaringsvrijheid van getuigen. 1 Strafrechtelijke aangifte van de verdenking van een misdrijfals bedoeld in art. 162 Wetboek van Strafvordering, 11 november 2014, A.R. van der Winkel, kenmerk FW/MD111114.
Het gaat meer concreet om de verdenking dat door het ministerie van Financiën instructies zijn gegeven aan een tweetal belastingambtenaren met het doel hun tijdens hun getuigenverhoor in een fiscale procedure een beroep te laten doen op hun verschoningsrecht over de identiteit van een tipgever. Tijdens de fiscale zitting hebben de belastingambtenaren in kwestie op instructie van het ministerie geweigerd om de naam van een tipgever prijs te geven, ondanks het oordeel van de rechter dat geen beroep kon worden gedaan op het verschoningsrecht.