Spring naar content

‘Wist of had moeten weten dat de btw niet is betaald’. BTW-bulletin 2014/62

In het huidige btw-systeem geldt als uitgangspunt dat de leverancier de btw afdraagt en dat de afnemer-ondernemer de btw in aftrek kan brengen als voorbelasting. De ene ondernemer draagt af en de ander vraagt de aan de leverancier betaalde btw terug van de belastingdienst. Dit systeem noemt men ook wel de achilleshiel van de btw: omdat het aftrekrecht van de afnemer in principe losstaat van de afdracht van de btw door de leverancier loopt de belastingdienst het risico dat hij de btw wel moet uitbetalen aan de afnemer maar dat hij dit bedrag niet ontvangt van de afnemer.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie komt hierin de fiscus inmiddels wel te hulp: als fraude in het spel is en de afnemer wist of had moeten weten dat de btw niet is afgedragen, kan het aftrekrecht aan de afnemer worden ontzegd. Eenzelfde oordeel geeft het Hof van Justitie van de Europese Unie over de toepassing van het nultarief.

In deze bijdrage gaan Roelof Vos en Marloes Lammers nader in op de uitleg van ‘wist of had moeten weten dat de btw niet is betaald’.

Lees hier alvast een voorproefje:

Op basis van Europese jurisprudentie kan onder bepaalde omstandigheden het recht op aftrek van voorbelasting of de toepassing van het nultarief worden geweigerd. Daarbij is van belang dat de ondernemer dit recht verliest als hij wist of had moeten weten dat btw-fraude in zijn handelsketen plaatsvond. Dit ‘wist of had moeten weten’-criterium volgt niet uit de Btw-richtlijn, maar is door het HvJ in een aantal arresten naar voren gebracht. In eerste instantie gebruikt het HvJ nog ‘vage termen’ maar later hanteert het hof structureel ‘wist of behoorde te weten’.

In de zaak Fini H (HvJ 3 maart 2005, nr. C-32/03) overweegt het HvJ dat ondernemers in geval van fraude of misbruik geen beroep kunnen doen op het gemeenschapsrecht. Bij Fini H zou die situatie zich kunnen voordoen “wanneer Fini H voor de betaling van de huur en de kosten voor de periode na de stopzetting van de restaurantactiviteit aanspraak zou maken op het recht op het BTW-aftrek, terwijl zij de voorheen voor de restaurantactiviteit gebruikte ruimte voor louter particuliere doeleinden bleef gebruiken”

Lees hier het hele artikel: ‘Wist of had moeten weten dat de btw niet is betaald’. BTW-bulletin 2014/62 

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. R. (Roelof) Vos